EERDERE PRIJSVRAGEN

De tien prijsvragen die de Eo Wijersstichting sinds 1985 organiseert, hebben befaamde winnaars opgeleverd. Het winnende ontwerp in de eerste editie, het door onder andere Dirk Sijmons bedachte Plan Ooievaar, bracht een verandering teweeg in het denken over rivieren en natuur. Het voorstel legde de basis voor het succesvolle rijksprogramma Ruimte voor de Rivier. Het plan Markeroog van West 8 – winnaar in 2006 – bereidde de weg voor de ecologische ontwikkeling van het Markermeer.

2014-2015

Stedendriehoek Apeldoorn, Deventer, Zutphen:

naar een energieneutrale stedelijke regio

Kan de Stedendriehoek – het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen – in 2030 energieneutraal zijn? Daarover ging de tiende editie van de Eo Wijersprijsvraag. En wat betekent dit voor het vestigingsklimaat, met inachtneming van een passende governancestructuur? De regio zag de energietransitie niet als inpassingsopgave, maar als een aanleiding om nieuwe landschappen te creëren. Oftewel: om een energieneutrale regio te zijn, zijn ingrijpende ruimtelijke veranderingen noodzakelijk.

Ondanks de veelzijdige inzendingen, is geen winnaar gekozen. De complexiteit van de opgave was dermate groot dat veel plannen de toepassing van beproefde energievormen niet overstegen. De bijdrage aan de realisatie van een energieneutrale regio was daardoor gering en op het niveau van techniek, landschap en draagvlak onrealistisch.

Wel zijn vier beste inzendingen gekozen: ‘De groene fabriek’ van Pim Kuipers, Diederik Giesen en IAA Stedenbouw en Landschap; ‘S3H-BTK’ door Witteveen en Bos, H+N+S Landschapsarchitecten, Wing, Fabric, marco.broekman en CE Delft; ‘Hub vooruit’ van Rho adviseurs, Kruitkok Landschapsarchitecten, Dominic Tegelbeckers Stedenbouw en Architectuur, Bestwerk en Jelle Rijpma Advies; ‘Schakelen’ door The Cloud Collective, Werkend Landschap en Transition Lab. In het najaar van 2015 zijn door deze teams vervolgstappen gezet. Het resultaat: een zogenoemd CleanTechLab dat de energietransitie in de Stedendriehoek exponentieel moet versnellen.

2011 – 2012

Nieuwe energie voor de Veenkoloniën:

op zoek naar regionale comfortzones

De opgave ging over krimp, energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Krimp heeft niet alleen nadelen – wegtrekkende bewoners, afname van voorzieningen –, maar kan aanleiding zijn om een nieuwe weg in te slaan. De prijsvraag vroeg deelnemers relaties te leggen met energietransitie, biobased economy, water en landbouw. De nadruk lag op bottom-upprocessen in plaats van top-down.

Winnaar werd ‘Samen Pionieren’ van AtelierBruut, Synergie en Tauw. De inzending bestond uit vier tijdlijnen met de autonome ontwikkelingen die tot 2040 op de Veenkoloniën afkomen. Ook is aangegeven wanneer en hoe bewoners en bedrijven kunnen interveniëren – om zo te voorkomen dat hun leefomgeving achteruit gaat. Om hen te helpen, stelden de winnaars bouwstenen voor: succesvolle en winstgevende initiatieven waarmee zij zelf aan de slag kunnen.

De inzending stond symbool voor een paradigmawisseling in de ruimtelijke ordening: van masterplanning naar het faseren van ruimtelijke ingrepen. De prijswinnende inzendingen – naast de winnaar zijn ook tweede en derde prijzen uitgereikt – zijn niet als zodanig uitgevoerd. De winnende bureaus hebben hun kennis en ideeën ingebracht in lopende projecten. Sommige gemeenten zijn daar mee verder gegaan.

2008 – 2009

1. Vechtstreek:

het buiten voor de Randstad

2. Deltapoort:

focus voor realisatie

In Deltapoort (grofweg het gebied van de stadsregio Rotterdam en de Drechtsteden), al duizenden jaren onder invloed van zoet en zout water, komen drie grote landschappen samen: het kleilandschap van de Hoeksche Waard, het veenlandschap van de Alblasserwaard en De Biesbosch. De combinatie van groen en water biedt kansen voor nieuwe natuur, recreatie en hoogwaardige woonmilieus. Het gebied is ook het brandpunt van de Nederlandse wateropgave. Risico’s en veiligheidsaspecten, de relatie tussen kust en delta, bodemdaling en zeespiegelstijging, verhoogde rivierenafvoeren en de zoet-zoutproblematiek – het is in Deltapoort allemaal aan de orde. De centrale vraag was of bovengenoemde kwesties en kenmerken een rol konden spelen in het schetsen van een toekomstperspectief voor de regio, waarbij en passant een einde wordt gemaakt aan de versnippering. De grote infrastructurele werken, de eilanden en de opzichzelfstaande stadjes en dorpen verstoren immers de samenhang in dit verstedelijkte landschap.

In de Vechtstreek ging het om de opdringerige aanwezigheid van de verkeersinfrastructuur. De dynamiek van de snelweg A2, de spoorlijn Utrecht-Amsterdam en het Amsterdam-Rijnkanaal staat in schril contrast met de trage Vecht, de omliggende buitens en de pittoreske dorpskernen. De aanwezigheid van infrastructuur maakt verbindingen tussen de Loosdrechtse en Vinkeveense Plassen lastig. De opgave was om samenhang te brengen tussen deze hoogdynamische en laagdynamische gebieden. De Gebiedsvisie Vechtstreek – waarin het landschap van de Vecht gezien wordt als buffer tegen de grote verstedelijkingsdruk – vormde het uitgangspunt. Deelnemers dienden de doelstellingen uit de visie op beeldende wijze vertalen in een ontwerp en uitvoeringsstrategie.

In Deltapoort ontving ‘Kerend Tij’ de eerste prijs, een ontwerp van DHV, Enno Zuidema Stedebouw en Espresse Publishing, met medewerking van BGSV en Van Oort Culturele Zaken. De aanleg van een zogenoemde Deltadijk is weliswaar ingrijpend – en niet volledig doordacht –, maar wel een logische stap in de historische ontwikkeling van het gebied. Het gevaarlijke goederenvervoer over het spoor wordt via het zuiden omgeleid, infrastructuur gebundeld en lokaal en doorgaand verkeer ontkoppeld. Desondanks overheerste na afloop somberheid. De complexiteit van Deltapoort is blijkbaar zo groot dat een deus ex machina nodig is die oplossingen uit de hoge hoed tovert om de vastgelopen situatie te doorbreken.

In de Vechtstreek is geen winnaar aangewezen. Wel kregen twee teams een vervolgopdracht: Haver Droeze met hun plan ‘Vechtcode’ en Deltavormgroep, Broos de Bruijn Architecten, ASR, Bureau Buiten en TTB duurzame architectuur met hun inzending ‘Landschapsgoed Herenvecht’. Beide voorstellen zijn met vertegenwoordigers uit de regio uitgewerkt. Het resultaat – onder andere een ontwerp voor een robuuste ecologische verbindingszone – is overgedragen aan de gebiedscommissie Utrechtse Vecht en Venen.

2004 – 2007

Tegen de stroom in en met de stroom mee:

1. Nieuwe randen voor het IJmeer

2. Robuuste ecologische verbinding langs de Brabantse Beerze

In deze editie stonden twee regio’s centraal: het IJmeer en het stroomgebied van de Beerze in Noord-Brabant. De opgave voor het IJmeer was het omvormen van de drie oevers tot multifunctionele landschappen waar waterbeheer, natuur, recreatie, stedelijke ontwikkeling, cultuurhistorie en landbouw samengaan. Dit vergde een omslag in het denken: van een civieltechnische aanpak – gericht op sterke dijken – naar een integrale blik, waarmee niet alleen functies en belangen worden verbonden, maar ook buitendijks en binnendijks gebied.

In Brabant ging het om het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het beekdal van de Beerze in relatie tot de realisatie van een robuuste ecologische verbindingszone. De nadruk lag op het verkrijgen van draagvlak onder belanghebbenden voor de uitvoering van zogenoemde sleutelprojecten. Daarvoor moesten deelnemers de ecologische verbinding voorstelbaar maken en inzicht verschaffen in de ruimtelijke, financiële, communicatieve en procesmatige aspecten die met de aanleg van een ecologische zone samenhangen.

Voor het IJmeer won het plan ‘Markeroog’ van West 8, Boskalis, AT Osborne en Witteveen en Bos. Zij zien het water als een groot binnenstedelijk meer – met én ecologische kwaliteit én stedelijke oevers. In het voorstel wordt slib opgevangen in ‘bekkens’ op de bodem en aangewend voor de aanleg van nieuwe lagunes. De versterking van de vooroevers maakt de historische Zuiderzeedijken wellicht overbodig.

Het winnende plan in Brabant – ‘De Beerze op waterbasis’ van Grontmij – gaf blijk van een enorme kennis van het watersysteem. De makers van het plan vergroten de kracht en de kwaliteit van de ecologische verbindingszone door schoon en vuil water te scheiden en oude beekstructuren te herstellen. Het water wordt daarmee de drager van de robuuste verbinding, met de historische waterlopen als inspiratiebron.

Hoewel Markeroog niet is uitgevoerd, blijkt wel sprake van beleidsbeïnvloeding. De Marker Wadden – de aanleg door Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat van natuureilanden in het Markermeer – is vanuit oogpunt van natuurontwikkeling en waterkwaliteit deels terug te voeren op de prijsvraaginzending van West 8, Boskalis, At Osborne en Witteveen en Bos. In Brabant vond het winnende plan meer weerklank. Het waterschap De Dommel startte in 2015 het project ‘Essche Stroom’, dat grotendeels herleidbaar is tot de ideeën van Grontmij. In lijn met het gedachtegoed van ‘De Beerze op waterbasis’ meanderen de Grote en Kleine Beerze net als een eeuw geleden weer door het landschap, en vormen zij de ruggengraat van de robuuste ecologische verbindingszone.

2001 – 2002

Grenzeloze beweging: dynamiek en verankering tussen Utrecht en Oberhausen

De landschappen rondom de snelwegen A12 en A3 tussen Utrecht en het Duitse Oberhausen vormden het plangebied. De strook wordt gekenmerkt door economische infrastructuur en ecologische verbindingen. Ontwerpers werd gevraagd een innovatieve ontwerpstrategie te formuleren die én recht deed aan de rollen en taken van publieke en private besluitvormers én aansloot bij de uiteenlopende leefstijlen van bewoners en gebruikers. In deze editie was er veel aandacht voor de stap naar realisatie

Het winnende ontwerp ‘Living on the Edge’ van de Wageningse landschapsarchitectuurstudenten Eric-Jan Pleijster en Cees van der Veeken werd geroemd om de grafische presentatie en het taalgebruik. Het plan transformeert de auto-, spoor- en waterwegen tot krachtige en lineaire eenheden. Voor de uitvoering van hun ideeën stelden Pleijster en Van der Veeken een ‘committee on edge quality’ voor die niet alleen randvoorwaarden stelt, maar ook uitwerkingsopdrachten geeft aan lagere overheden – daarbij zouden strenge eisen gelden, vooral daar waar de eenheden aan elkaar grenzen.

1997 – 1998

Wie in Noord-Nederland is bang voor een leeg programma?

De opgave betrof het noorden van Nederland, in het bijzonder het gebied tussen Groningen en Hoogezand-Sappemeer, noordelijk Oostergo, Hoogeveen en het Oude Diep. Deze regio’s kampten toen al met sluipende, maar ingrijpende veranderingsprocessen. De vraag: hoe vertaal je een schijnbaar programmaloze ontwikkeling op regionale schaal tot een toekomstgerichte ontwerp- en planningsvisie?

Wederom twee winnaars: ‘Aura’ van Hans Snijders en ‘Wadiand’ van Edzo Bindels, Enno Zuidema, Arjan Klok en Jan-David Hanrath. Het plan Aura neemt stelling tegen de ‘egalisering van Nederland’, met een ruimtelijk concept waarin de trage leegte en de snelle volte gelijktijdig ontwikkeld worden tot een ‘onzichtbare stad’. Dat betekent meer restricties voor ruimtelijke ontwikkelingen in grote delen van het noorden, maar ook een autonome ontwikkeling van telematica en een uitgebreid infrastructureel netwerk. Met de introductie van vijf ‘sponzen’ wordt het landschap van Noord-Nederland gerecupereerd door de productie van water, rust en duisternis, als tegenpool van de snelle ontwikkelingen.

Het voorstel Wadiand plaatst het noorden in een Europese context. De regio kan zich aldus de ontwerpers ontwikkelen tot een van de ‘grote ruigtes’ in Europa, met dezelfde allure als de Pyreneeën of de Schotse Hooglanden. Het getijdensysteem van de Wadden is de motor: via doorbraken in de zeewering kan de zee in fasen het land binnendringen – tot aan Alkmaar, Leeuwarden, Dokkum, Groningen en het Oldambt. De oude zeedijken rond de nieuwe stroomgebieden worden waar nodig versterkt.

Download het juryrapport

1994 – 1995

Inside Randstad Holland:

designing the inner fringes of the Green Heart Metropolis

De Randstad werd in de jaren negentig meer en meer gezien als een metropool, een stedelijk netwerk dat qua omvang en inwonertal vergelijkbaar was met Londen en Parijs. In tegenstelling tot die steden beschikt de Randstad over een open middengebied met een landelijke uitstraling.

De vierde Eo Wijersprijsvraag draaide om ideevorming over hoe stad, dorp en landelijk gebied zich binnen die metropolitane dynamiek tot elkaar verhouden. De internationale ontwerpwereld moest zich uitspreken over het aloude planningsconcept ‘Randstad met een groen hart’. Concreet werd deelnemers gevraagd een stedelijke rand te bedenken op het grensvlak van de Randstad en het Groene Hart.

De inzending ‘Laddermetropolis’ van VHP Stedebouwkundigen + Landschapsarchitecten werd tot winnaar gekozen. Het plan plaatst 50.000 nieuwe woningen in een ‘bandstad’ aan de westkant van het Groene Hart, grofweg tussen Amsterdam en Haarlem in het noorden en Den Haag en Rotterdam in het zuiden. De nieuwe stad vergt een nieuwe infrastructurele verbinding tussen de noord- en zuidvleugel, ongeveer 20 kilometer ten westen van de bestaande weg- en spoorlijnen.

De aandacht voor stad en land was niet nieuw, maar de inzendingen voor deze editie werden wel gekenmerkt door een integrale aanpak met ruime aandacht voor ecologische aspecten en landschappelijke verscheidenheid. Daarnaast kwamen het ontwerpen van en het denken over de stadsrand volop in de schijnwerpers te staan.

Download het juryrapport

1991 – 1992

Het stromend stadsgewest:

vormgeven aan ‘ecoregio’ Breda

In de derde editie raakten technologen en onderzoekers betrokken. Samen met ontwerpers gingen zij op zoek naar ontwerpconcepten waarmee de ‘stromen van de stad’ – water, verkeer, afval, informatie – onderdeel werden van een ruimtelijke toekomstvisie voor het stadsgewest Breda. Het ging om een integrale en ecologische blik op de stad en het landschap, waarbij de natuurlijke en antropogene processen op een zo duurzaam mogelijke manier moesten worden ingericht.

Ondanks de magere kwaliteit van de inzendingen kende deze editie twee winnaars: ‘Brandend Zand’ van Sjef Jansen, Arthur Meuleman, Renee Santema en Rik de Visser, en ‘Tricola’ door Jan Harten, Gerhard Geerken, Christ Vandeheyden, John Stohr, Wim Wiersinga en Saskia van Walwijk.

De makers van Brandend Zand constateerden dat het milieubeleid in het plangebied tekort schoot. Daarom verdeelden zij de regio in vijf landschapstypen: natuurbeekdal, productiebeekdal, natuur- en waterwingebied, productiepolder en stedelijk gebied. Voor elk deelgebied formuleerden zij een duurzaamheidsstrategie. De typologische kenmerken van elk deelgebied zijn vastgelegd in zogenoemde ‘amoebes’. De ontwikkelingsschets van Tricola is geen klassieke plankaart, maar een ontwerp dat op toegankelijke en speelse wijze ideeën en gedachten ordent over de ontwikkeling van zowel de ecologische als de stedelijke structuren.

Waar het ‘metabolisme’ van stad en land tegenwoordig volop in het spotlicht staat, was het toen een tamelijk nieuw onderwerp. Niet zo gek dus dat geen enkele inzending – ook niet van de winaars – erbovenuit sprong. Ondanks de veelheid aan ideeën, was niet één voorstel echt bruikbaar.

Download het juryrapport

1988 – 1989

Stad en land op de helling:

ontwerpen voor de Europese regio Maastricht, Aken, Luik

De opgave in deze prijsvraageditie ging over de vervagende grenzen tussen de stad en het platteland. Voor de internationale regio Maastricht-Aken-Luik formuleerden deelnemers visies op hoe stedelijke en landelijke functies nieuwe configuraties kunnen vormen. Speciale aandacht was er voor het reliëf – in zogenoemde ontwikkelingsschetsen moesten deelnemende teams aangeven hoe de hoogteverschillen benut konden worden voor het ‘mengen’ van stad en land.

In het winnende ontwerp ‘Toren van Babel’ – van de net afgestudeerde ontwerpers P. Bijvoet, M. Brinkhuijsen, R. Santema, W. Stenfert Kroese en J. Wiersma – worden nieuwe grenzen getrokken, waardoor bestuur, gebruik en beheer beter op elkaar zijn afgestemd. De ontwerpers koppelden landschapstypen (productielandschap, parklandschap, natuurlandschap) aan verschillende landschapseenheden. Dit moest leiden tot een actief gebruik van het gehele landschap. In het ontwerp vullen verschillende productielandschappen elkaar aan, de ecologie is niet langer het kind van de rekening.

Download het juryrapport

1985 – 1986

Nederland Rivierenland

In de eerste editie van de Eo Wijersprijsvraag ging het om het ontwerp van nieuwe structuren voor het rivierengebied van de Limburgse Maas, de IJssel en de Rijnmond. Het was de bedoeling om – rekening houdend met vroegere gebruiksvormen – de betekenis van rivieren voor waterberging en natuurontwikkeling te vergroten en tegelijkertijd de regionale differentiatie te versterken.

Het winnende plan ‘Ooievaar’ van Dick de Bruin, Dick Hamhuis, Dirk Sijmons, Frans Vera, Lodewijk van Nieuwenhuijze en Willem Overmars bracht een kentering teweeg in het denken over de samenhang tussen natuur en waterberging in de uiterwaarden. Het ontwerp zou niet alleen de basis leggen voor het latere Ruimte voor de Rivierprogramma, maar vormde ook het fundament voor talloze uitvoeringsprojecten langs de grote rivieren.

Download het juryrapport