Regionaal ontwerp en ruimtelijke kwaliteit

De Eo Wijersstichting – vernoemd naar bouwkundig ingenieur Leonard Wijers – is al ruim drie decennia een onafhankelijke pleitbezorger voor de inzet van het regionaal ontwerp bij de aanpak van bovenlokale vraagstukken. De stichting heeft een roemruchte geschiedenis achter de rug waarin belangwekkende transitieopgaven over het voetlicht zijn gebracht.

HET STIMULEREN VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT OP REGIONAAL NIVEAU

DE MISSIE

De tien prijsvragen die de Eo Wijersstichting sinds 1985 organiseert, hebben befaamde winnaars opgeleverd. Het winnende ontwerp in de eerste editie, het door onder andere Dirk Sijmons bedachte Plan Ooievaar, bracht een verandering teweeg in het denken over rivieren en natuur. Het voorstel legde de basis voor het succesvolle rijksprogramma Ruimte voor de Rivier. Het plan Markeroog van West 8 – winnaar in 2006 – bereidde de weg voor de ecologische ontwikkeling van het Markermeer.

De missie van de Eo Wijersstichting – ‘stimuleren van ruimtelijke kwaliteit op regionaal niveau’ – is nooit ten einde. Want ondanks dat hedendaagse kwesties op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, voedselproductie, mobiliteit of woningbouw bestuurlijke grenzen overschrijden, is een regionale benadering van deze opgaven lang niet vanzelfsprekend. Laat staan dat een rol voor het ruimtelijk ontwerp gegarandeerd is.

Een ommekeer in het denken, zodat we ontontgonnen terreinen verkennen en nieuwe strategieën uitproberen

DOEL VAN PRIJSVRAAG

Met de prijsvraag brengt de Eo Wijersstichting voorbeeldige opdrachtgevers – bestuurders, beleidsmakers, ontwikkelaars, ngo’s, bedrijven – in contact met multidisciplinaire teams van ontwerpers, onderzoekers, experts en planners. Door samen op te trekken wordt een vraagstuk ontleed en aangescherpt, komen onvermoede ontwerpoplossingen op tafel en wordt elk toekomstscenario uitvoerig besproken met bewoners, maatschappelijke organisaties of belangengroepen.

De prijsvraag heeft vandaag de dag grofweg twee doelstellingen. Ten eerste de ‘creatieve impuls’ voor een gebied of regio. Dit kan een concrete interventie zijn, een herinrichting of transformatie waarmee een regionaal vraagstuk van antwoord wordt voorzien. Maar de impuls kan ook een ommekeer in het denken zijn, een mentaliteitsverandering of de introductie van nieuwe benaderingswijzen, zodat opdrachtgevers en ontwerpers voortaan ontontgonnen terreinen verkennen en nieuwe strategieën uitproberen.

Ten tweede heeft de prijsvraag – ook vanwege het rijke stichtingsarchief – meer dan ooit de functie van kennisbank. Het betreft de verspreiding van wetenschappelijke en gebiedskennis – over landschap, over juridische en financiële constructies, over betrokken partijen. Gedurende de prijsvraag doet deelnemen teams in verschillende regio’s nieuwe kennis op. Die moet gedeeld worden, niet alleen met opdrachtgevers, maar ook onderling en met een breder publiek.

De ruimtelijke ordening is veranderd – een prijsvraag nieuwe stijl moet zich daartoe verhouden

NIEUWE KOERS

De opzet van de prijsvraag is het gevolg van een koerswijziging. De stichting en de prijsvraag zijn de afgelopen jaren tegen het licht gehouden. Een groep van zogenoemde ‘kwartiermakers’ concludeerde dat de prijsvraag als onuitputtelijke kennisbron onvoldoende benut werd. Ook werd bevestigd dat de inspanning die deelnemende teams leveren niet in verhouding staat tot de vergoeding – daarom de focus op het winnen van een betaalde opdracht.

De kwartiermakers stelden vast dat de oude opzet van eerst een wedstrijd tussen opdrachtgevers – waaruit een regio gekozen werd – en daarna tussen ontwerpteams, de noodzakelijke samenwerking tussen opdrachtgevers en ontwerpers frustreerde. De nadruk op concrete maatregelen moest eveneens worden verlaten, een conclusie die ook Jannemarie de Jonge trok in haar essay Ontwerpen in de regio. Tot slot dient de prijsvraag zich te verhouden tot het governancekarakter van de hedendaagse ruimtelijke ordening. Ontwikkelingen worden van onderop en door talloze initiatiefnemers in gang gezet. Een klassiek regionaal ontwerp dat van bovenaf op een gebied wordt gelegd kan dan zijn doel voorbij schieten.

HET BESTUUR

Het bestuur van de Eo Wijersstichting bestaat uit Co Verdaas (voorzitter), Elfi de Wit (secretaris), Koos Seerden (penningmeester), Daan Zandbelt, David van Zelm van Eldik, Emilie Vlieger, Ingeborg Thoral, Bert Harmelink en Robin Wientjes.

Wie was Eo Wijers?

Bouwkundig ingenieur Leonard Wijers is een van de stamvaders van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Hij werkte aan de eerste nationale nota over de ruimtelijke ordening, was werkzaam bij de Dienst Zuiderzeewerken en was tot en met zijn dood in 1982 directeur van de Rijksplanologische Dienst. Daarnaast was hij hoogleraar stedenbouwkundig ontwerpen aan de Technische Universiteit in Delft.

Wijers hechtte zwaar aan het ruimtelijk ontwerpen op regionale schaal. In een tijd dat ontwerpers verstrikt dreigden te raken in de bestuurlijke en juridische complexiteit van de ruimtelijke ordening, pleitte hij voor kwaliteit en vorm – of zoals hij het zelf noemde ‘het maken van het betere’. In 1982, vlak voor zijn overlijden, schreef Wijers in een beleidsstuk: ‘Vormgevers moeten een gewenste situatie in samenhang met de bestaande toestand in een herkenbare vorm vertalen, die de bevolking als ruimtelijk patroon voor ogen kan hebben en die hen een basis geeft voor een gevoel van orde vertalen, die de bevolking als ruimtelijk patroon voor ogen kan hebben en die hen een basis geeft voor een gevoel van orde.