Home » Welzijnsoord Veenkoloniën
De Drents-Overijsselse Veenkoloniën zijn ontstaan uit een landschap van hoogveen, natte heide en beekdalen. Eeuwenlang was dit gebied nauwelijks toegankelijk, totdat investeerders van buitenaf de economische waarde van het veen ontdekten. Het landschap werd ontwaterd, afgegraven en ingericht voor productie en transport. Zo ontstond een regio die vooral waarde creëerde voor anderen.
Die geschiedenis heeft een karakteristiek ontginningslandschap, een sterke gemeenschapszin en een ondernemende cultuur voortgebracht. In dat landschap spelen meerdere grote opgaven. Het watersysteem moet minder afhankelijk worden van de inlaat van zoet water uit het IJsselmeerwater, de landbouw minder afhankelijk van de invoer van nutriënten. De bodem degradeert, de biodiversiteit staat onder druk, net als de werkgelegenheid, en de regio kampt met gezondheidsachterstanden. Er zijn relatief veel mensen met overgewicht, bewoners bewegen weinig en eenzaamheid is een groot probleem. Die stapeling van opgaven vraagt om een samenhangende aanpak. Waar oplossingen vaak gericht zijn op afzonderlijke problemen, pakt dit perspectief meerdere uitdagingen tegelijk aan. Dat is nodig, want ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Een landschap dat niet gezond is, functioneert niet en dat gaat ten koste economische kansen. Minder economische kansen leidt tot bijvoorbeeld het vertrek van jongeren en minder inwoners betekent minder voorzieningen en minder ontmoetingsplekken.
Gelukkig ligt er in het gebied een sterke basis om deze opgaven gezamenlijk aan te pakken. De regio heeft een uitzonderlijk sterke traditie van noaberschap, gemeenschapszin en lokaal initiatief. Gezondheid geldt in dit voorstel als ‘kompas’ voor de toekomst. Niet omdat gezondheid op zich staat, maar omdat gezondheid het resultaat is van hoe landschap, economie en samenleving functioneren.
Centrale pijler in dit plan is een regionaal netwerk van voedselbossen. Dit is geen sectorale maatregel, maar een systeeminterventie. Voedselbossen verbinden bodem, water, biodiversiteit, voedselproductie, economie, gezondheid en sociale cohesie in één ruimtelijk systeem. Ze verbeteren de bodemkwaliteit, versterken biodiversiteit, leggen koolstof vast en vergroten het waterbergend vermogen. Tegelijkertijd produceren ze gezond voedsel, creëren ze economische kansen en functioneren ze als plekken voor recreatie, educatie en ontmoeting. Veel voedselbossen zijn losse initiatieven van beperkte omvang en afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. De volgende stap is de opschaling naar een regionaal systeem. In de Veenkoloniën kan een nieuw voedselboslandschap ontstaan waar functies niet concurreren, maar samengaan. Wat de appel- en kersenboomgaarden zijn voor de Betuwe, is straks het voedselbos voor de Veenkoloniën.
Er zijn twee soorten voedselbos. Noaberbossen zijn kleinschalig en liggen bij dorpen waar ontmoeting, gezondheid, educatie, zorg en voedselproductie samenkomen. In het noaberbos maken mensen kennis met nieuwe smaken, verwonderen ze zich over de natuur en werken ze met hun handen in de aarde. Dit heeft voor personen met somatische of psychiatrische klachten een preventieve of helende werking. Kinderen ravotten in het bos en krijgen les over de natuur. De ingrediënten uit het bos worden gebruikt in kookworkshops. Om het economisch model rond te breiden, gaat het noaberbos gepaard met een sociale voedseltuin. Tien procent van de oogst gaat naar de plaatselijke voedselbank, zodat ook kwetsbare groepen gezond voedsel krijgen.
Agrobossen vormen de economische motor. Agroforestry biedt agrariërs een nieuw bedrijfsmodel in symbiose met de natuur. Het is economisch haalbaar en deze nieuwe vorm van landbouw is – beter dan gangbare vormen – bestand tegen extreem en kan zonder de inzet van pesticiden. Via coöperaties kan zo’n productieketen voor gezond en lokaal voedsel worden opgezet. Hoe meer agrariërs instappen, hoe groter het effect. De oude aardappelfabriek bij de Krim krijgt een tweede leven als verwerkingslocatie, agrarische paden worden opengesteld zodat een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk ontstaat. Boerenbedrijf Mooyland, een agrariër die uit oude appelboomgaarden cider maakt, gelooft erin. Hij wil starten met een agrobos om zijn assortiment uit te breiden.
Het voedselbosplan is uitvoerig besproken met bewoners, agrariërs, belangenverenigingen, maatschappelijke organisaties, natuur- en landschapsclubs, overheden, kennisinstellingen en financiële partijen. Door werksessies, gebiedsbezoeken en regiobijeenkomsten is het voorstel steeds getoetst en aangescherpt en in verband gebracht met bestaande initiatieven.
In Hollandscheveld bestond de wens voor én een woonzorgfunctie én een groene buffer. Dit leidde tot het idee voor een noaberbos met zorgfunctie aan de rand van het dorp. Waterschappen en provincies zijn enthousiast. Voedselbossen kunnen functioneren als ecologische verbinding, dragen bij aan waterberging en verminderen zo de druk op de externe zoetwatervoorziening. Daarnaast bieden voedselbossen perspectief voor de landbouwtransitie. Op de arme zand- en veengronden staat de reguliere landbouw onder druk. In voedselbossystemen groeien gewassen die toe kunnen zonder veel extra water of voedingsstoffen.
Een cruciaal onderdeel van de aanpak is de uitvoerbaarheid op regionaal niveau. In gesprekken met Rabobank en ASR is verkend hoe de start- en opschaalfases financieel kunnen worden ondersteund – bijvoorbeeld via coöperatieve structuren, langjarige pachtconstructies en tijdelijke financieringsmodellen. Overheden hebben de taak om de realisatie van voedselbossen aan te wakkeren. Dat kan door initiatiefnemers te ondersteunen met financiering en het begeleiden van projecten door wijk- en dorpsregisseurs. Er liggen mogelijkheden om samen met bijvoorbeeld de Vereniging Drentse Voedselbossen te zorgen voor kennisontwikkeling, zodat initiatieven niet stranden door gebrek aan expertise of continuïteit. De GGD, de gemeenten en andere partners hebben de intentie om in gesprek te gaan over de relatie tussen voedselbossen en gezondheid. Zo ontstaat een bestuurlijke coalitie die gezondheid, ruimte en voedselproductie met elkaar verbindt.
Een belangrijke partner is Stichting Sociale Voedseltuinen Noord-Nederland. Met circa twintig rendabele voedseltuinen bewijst deze club dat het kan. De ontwikkeling van meer sociale voedseltuinen is de cruciale eerste stap met direct maatschappelijk en economisch effect – waarna zij doorgroeien naar volwaardige voedselbossen. Zo ontstaat niet alleen begrip, maar ook betrokkenheid. Mensen proeven nieuwe dingen en vergroten zo hun wereld. Ze ontmoeten elkaar en ervaren de grotere betekenis: sociale verbondenheid, eigenaarschap, een uitweg uit de generationele armoede.
Het plan voor een regionaal netwerk van voedselbossen is meer dan een project. Het is een nieuwe horizon voor een regio waar gezond voedsel straks dichtbij is. Waar wandelen en fietsen vanzelfsprekend zijn, de landbouw toekomst heeft, water wordt vastgehouden in plaats van afgevoerd. Waar biodiversiteit toeneemt en jongeren perspectief vinden. Waar voorheen de Veenkoloniën waarde leverden aan anderen, ontstaat een regio die waarde teruggeeft aan zichzelf. De kracht van dit voorstel ligt in de combinatie van ontwerp, uitvoering en coalitievorming. Niet als eindbeeld, maar als een werkend systeem in opbouw.