Nieuwe wegen voor een gezonde Foodvalley

Team
Rademacher de Vries ArchitectenDavid Rademacher (Architect)
Rademacher de Vries ArchitectenChristopher de Vries (Architect)
Rademacher de Vries ArchitectenMenno Brouwer (Architect)
NTFUMarina van Dijk (Belangenbehartiger)

Een gezonde leefomgeving vraagt om een ruimtelijke structuur die uitnodigt tot sport en beweging, die bescherming biedt tegen milieuverontreiniging en die mensen, dorpen, landschappen en voorzieningen met elkaar verbindt. In Foodvalley zou zo’n structuur niet misstaan. In de regio, gelegen tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug, leggen de intensieve landbouw en de toenemende verstedelijking een grote druk op landschappen en natuurgebieden. Niet voor niets strijden meerdere opgaven om voorrang.

Ten eerste het herstel van de bodem en de waterstructuur. Water moet langer worden vastgehouden, beekdalen verdienen ruimte en het landschap moet bestand zijn tegen droogte, piekbuien en hittestress. Ten tweede vraagt het agrarische middengebied om een duurzame transitie. De impact van de intensieve landbouw op bodem, water, luchtkwaliteit en biodiversiteit is groot. Tegelijkertijd vormt de agrarische sector het economische en culturele fundament van de regio. Ten derde staat Foodvalley voor een verstedelijkingsopgave. De komende jaren worden tienduizenden woningen toegevoegd rondom bestaande kernen, terwijl kwetsbare natuurgebieden nu al onder druk staan.

Het recreatieve en dagelijkse fietsnetwerk heeft de potentie om uit te groeien tot de drager van een brede ruimtelijke transformatie, waarmee deze opgaven worden aangepakt en de regio als geheel gezonder wordt. Door routes te koppelen aan beken, historische paden, dorpsranden, agrarische erven, sportvoorzieningen en nieuwe vormen van landbouw kan een regionaal systeem ontstaan dat gezondheid, landschap en economie met elkaar verbindt.

Foodvalley is de Gelderse Vallei, een glaciaal bekken tussen twee stuwwallen. In noord-zuidrichting vormt de Grebbelinie een sterke recreatieve en historische lijn. In oost-westrichting liggen de beken, maar deze zijn veelal gekanaliseerd, slecht toegankelijk en nauwelijks beleefbaar. Daar ligt dus een kans. Door de beekstructuren te ontwikkelen tot nieuwe regionale fietsverbindingen, ontstaat een groenblauwe dooradering die de Veluwe, het middengebied en de Utrechtse Heuvelrug opnieuw met elkaar verbindt.

Daarmee kunnen meerdere gezondheidsdoelen – bescherming, bevordering, het verminderen van kwetsbaarheid – worden behaald. In het middengebied staat de luchtkwaliteit onder druk door fijnstof, onder meer vanuit de intensieve veehouderij. Geluidsoverlast door verkeer en landbouwactiviteiten beïnvloedt de leefkwaliteit. Door het gebrek aan robuuste groenstructuren is op warme dagen sprake van hoge gevoelstemperaturen. Het gebied scoort bovendien laag op beweegvriendelijkheid, terwijl sportterreinen en zorgvoorzieningen relatief ver weg liggen. Met een vergrijzende bevolking wordt de bereikbaarheid van voorzieningen en sociale plekken hoe dan ook belangrijker.

Fietsen biedt uitkomst en directe en indirecte gezondheidswinst. Direct omdat dagelijks bewegen chronische ziekten voorkomt en de fysieke en mentale gezondheid bevordert. Indirect omdat een goed fietsnetwerk niet alleen de toegang tot school, werk, zorg en winkels vergroot, maar ook sport en ontmoeting stimuleert. Kortom, een veilig en aantrekkelijk fietsnetwerk verkleint gezondheidsverschillen als het niet alleen recreatieve doelen dient, maar ook het dagelijkse leven ondersteunt. Daarom richt de visie zich op routes die mooi en functioneel zijn, landschappelijk en sociaal, regionaal en lokaal.

Het pilotproject Achterveld laat zien hoe deze visie zich vertaalt naar een concrete aanpak. Het dorp ligt tussen de Modderbeek en de Grote Barneveldse Beek en is typerend voor de dorpen in het agrarische middengebied. Eromheen ligt een historisch netwerk van karrepaden, kerkenpaden en agrarische routes, waarvan veel door schaalvergroting en infrastructurele veranderingen zijn verdwenen. Deze historische structuren gelden als vertrekpunt voor een nieuwe dooradering.

De aanpak bestaat uit vijf stappen. In de eerste stap fungeren nieuwe en veilige wandel- en fietsroutes langs de beken – die onder meer naar scholen lopen – als aanjagers voor beekherstel en klimaatadaptatie. De tweede stap betreft het herstel van cultuurhistorische paden en plekken. De derde stap is de uitbreiding van het netwerk door ontbrekende schakels weg te nemen en nieuwe rondjes om het dorp aan te leggen. De vierde stap gaat over het zorgvuldig positioneren van fietsroutes – om zo geluidsoverlast en verkeersdruk zo veel mogelijk te voorkomen, en door schaduw, vegetatie en ecologische zones toe te voegen. De vijfde stap is het toevoegen van nieuwe programma’s, zoals duurzame landbouw, zorgfuncties, sport, ontmoetingsplekken en kleinschalige recreatie.

Hieruit ontstaan drie ruimtelijke projecten. De ‘gezonde beekroute’ combineert doelen op het gebied van waterberging, ecologie, recreatie, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid. Het ‘permeabele landbouwblok’ maakt het agrarische landschap toegankelijk en koppelt nieuwe paden aan duurzame teelten, voedselbossen, zorgwoningen, speellandschappen en nieuwe verdienmodellen. De ‘dorpsrand als sport- en zorgknoop’ is door de aanwezigheid van sportvelden, publieke ruimtes, zorgvoorzieningen en cultuur een levendige plek voor meerdere generaties.

Het idee van een fietspadennet als regionale drager nodigt uit tot samenwerking. Provincies en waterschappen werken in de beekdalen aan waterveiligheid, klimaatadaptatie en ecologie. Gemeenten kunnen aan de slag met dorpsranden, woningbouw, veilige schoolroutes en voorzieningen. Agrariërs en grondeigenaren nemen deel door landschapsbeheer, erftransformaties, recreatieve functies en nieuwe vormen van duurzame landbouw. Bewoners profiteren van een veilige, aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, recreanten hoeven niet langer alleen maar naar de toch al overbelaste natuurgebieden.

De waarde ligt in de combinatie van een regionaal vergezicht en lokale uitvoerbaarheid. De visie stelt niet één groot project voor, maar een reeks van samenhangende ingrepen die stapsgewijs worden uitgevoerd. Zogenoemde ‘lijnprojecten’ langs beken, ‘zoneprojecten’ in de landbouwgebieden en ‘knooppuntprojecten’ aan dorpsranden kunnen door verschillende partijen worden opgepakt, terwijl zij bijdragen aan een regionaal doel: een gezond en veerkrachtig Foodvalley. Het voorstel is overigens ook voor andere regio’s interessant. Overal waar landelijke gebieden kampen met een versnipperd recreatienetwerk, klimaatopgaven rond bodem en water, een noodzakelijke landbouwtransitie en gezondheidsachterstanden, kunnen fietsnetwerken dragers zijn voor beweging, ontmoeting, waterherstel, landschapskwaliteit en sociaaleconomische perspectieven.

Gezondheid is niet slechts een medische of sociale opgave, maar ook een ruimtelijke. Door het landschap anders te ontsluiten, water en bodem als basis te nemen, het agrarische gebied toegankelijk te maken en dagelijkse beweging te stimuleren, groeit Foodvalley uit tot een symbool van volksgezondheid, gemeenschapszin en toekomstbestendige gebiedsontwikkeling.

Andere finalisten

Finalist
FV03_OverErven_header
Foodvalley
Finalist
DO3_Machtig-Mooie-Regio_header
Drenthe – Overijssel
Finalist
DO1_alles-wat-leeft-beweegt_header-zonder-tekst
Drenthe – Overijssel