Machtig Mooie Regio

Team
LOF LandschapsarchitectenRick Lensink (landschapsarchitect)
LOF LandschapsarchitectenLotte Oppenhuis (landschapsontwerper)
LOF LandschapsarchitectenPim Le Mair (watermanager)
Annelies Acda AdviesAnnelies Acda (adviseur gezondheid en gezonde leefomgeving)

Het ontgonnen hoogveenlandschap in het grensgebied van Drenthe en Overijssel heeft vele kwaliteiten. De Reest, het coulisselandschap rond Elim en de oude ontginningskanalen. Het is een landschap om trots op te zijn. Dit neemt niet weg dat de regio voor grote uitdagingen staat. Het bodem- en watersysteem loopt tegen zijn grenzen, jongeren trekken weg vanwege het gebrek aan betaalbare woningen, de zorg staat onder druk. In een vergrijzende regio – met ook nog eens relatief veel gezondheidsproblemen – doet dit laatste extra pijn. De afstanden tot zorgvoorzieningen zijn groot en zonder auto moeilijk bereikbaar. Een eerste reflex is om de toegang tot dat kenmerkende landschap te verbeteren. In de trant van: als bewoners eenmaal veilig het landschap in kunnen, nemen gezondheidsproblemen vast af. Het is de vraag of dit voldoende is.

De meeste fysieke, cognitieve en mentale gezondheidsproblemen hangen immers samen met chronische stress, die hier voortkomt uit een gebrek aan veerkracht en zelfredzaamheid. Mensen ervaren sociale ongelijkheid en hebben het gevoel geen invloed te hebben op de ontwikkelingen om hen heen. Deze gevoelens zijn niet los te zien van de geschiedenis die dit gebied getekend heeft.

Het huidige landschap ontstond door de ontginning in de negentiende eeuw van het hoogveen. Gronden waren vaak in handen van welgestelden van buiten die arbeiders onder slechte omstandigheden en tegen minimale lonen aan het werk zetten. Na de vervening gingen veel arbeiders aan de slag als kleine boeren of fabrieksarbeiders. In de jaren ‘50 ging het landschap nog eens op de schop – ten behoeve van schaalvergroting en efficiency. De ecologische kwaliteit nam af, net als de culturele betekenis en de betrokkenheid van bewoners. Nog altijd leeft in dit gebied het sentiment dat grotere machten bepalen wat er gebeurt.

De vraag in deze regio is dus niet zozeer hoe een gezond landschap tot stand komt, maar hoe gemeenschappen aan zet komen, die zich gezond en veerkrachtig voelen en betrokken bij hun leefomgeving. Daarvoor biedt het verloren gegane markestelsel mogelijk uitkomst.

In de late Middeleeuwen werd het landschap georganiseerd via zogenoemde marken. Boeren maakten binnen zo’n marke afspraken over het landgebruik. Door de behapbare schaal – tussen erf en landschap – was in de marken sprake van sociale cohesie en betrokkenheid. Die middenschaal ontbreekt tegenwoordig, terwijl die bij uitstek geschikt is om vraagstukken rondom water, voorzieningen, natuur, mobiliteit en landbouw bij de kop te pakken. Door op deze schaal met elkaar in gesprek te gaan, kunnen vitale landschappen en gemeenschappen ontstaan.

Een hedendaagse marke beschikt over een aantal zaken. Denk aan een levendige kern, een vitaal bodem- en watersysteem, voldoende zorgvoorzieningen, betaalbare woningen, sportterreinen en ontmoetingsplekken. Al deze zaken zijn binnen 15 tot 20 minuten te bereiken met de fiets of bel- of buurtbussen. Elke marke is goed verbonden met een grotere plaats, waar bijvoorbeeld voortgezet onderwijs en specialistische zorg aanwezig zijn.

Om gemeenschappen in staat te stellen om mee te beslissen over de toekomst van hun leefomgeving, is een ‘markemethode’ ontwikkeld. Dit is een ruimtelijk ontwerpproces waarin bewoners, maatschappelijke organisaties en overheden samenwerken aan toekomstvisies. Procesbegeleiders, inhoudelijke experts en ruimtelijk ontwerpers zorgen voor structuur, realisme en verbeeldingskracht.

De markemethode is gestoeld op generatiedenken. Daardoor houden gemeenschappen de lange termijn van maatschappelijke transities in het oog en wegen collectieve belangen zwaarder dan individuele. Bovendien zorgt generatiedenken dat de eigenheid van de marke bewaakt wordt en een abstracte toekomst tastbaar wordt. Het gaat als volgt in zijn werk. Eerst wordt twee à drie generaties teruggekeken. Dit geeft inzicht in de geschiedenis van de gemeenschap en de veranderingen die het landschap en de leefomgeving hebben doorgemaakt. Vervolgens is het heden aan de beurt. Welke opgaves spelen er? Welke ambities hebben bewoners en overheid? Tot slot richt de blik zich op drie generaties vooruit (zo rond 2100). Wat voor marke willen we nalaten aan onze kleinkinderen en welke ruimtelijke en organisatorische keuzes horen daarbij?

Deze methodiek is in een fictief voorbeeld uitgewerkt voor de marke Slagharen. Deze marke heeft relatief veel voorzieningen, mede dankzij de aanwezigheid van attractiepark Slagharen. Het landschap is afwisselend – door de zandruggen –, maar staat voor uitdagingen. Lagere delen krijgen te maken met kwel, hogere gronden verdrogen. Ondanks de landschappelijke variatie ontbreekt een gevoel van veiligheid en aantrekkelijkheid. Er zijn weinig ontmoetingsplekken.

Nabije toekomst (2030-2035)
De eerste stap is het toegankelijk maken van het landschap met wandel- en fietspaden zodat bewoners veilig naar voorzieningen en natuurgebieden kunnen. Een multifunctioneel centrum verrijst en her en der komen aantrekkelijke, ontmoetingsplekken waar de identiteit en geschiedenis van het gebied zichtbaar zijn.

Na één generatie (2060)
Over deze periode is het zaak om dorpen leefbaar te houden. Dat kan onder meer door de bouw van woon-zorgvoorzieningen. Dit bedient niet alleen de vergrijzende bevolking, maar zorgt ook dat jongeren blijven. De eerste markeboeren verschijnen. Ze werken binnen de grenzen die de bodem en het water stellen. Voor de omslag naar natuurinclusieve vormen van voedselproductie is een nieuwe ruilverkaveling onoverkomelijk. Om die te laten slagen, moet de marke garant staan voor de bestaanszekerheid van de boeren. Dit kan via nieuwe landbouwfondsen, gemeenschapsinitiatieven of partijen als ASR die investeren in duurzame landbouw.

Over drie generaties (2100)
Na drie generaties is de variatie in de ondergrond ook bovengronds zichtbaar. Het landschap is goed ontsloten, de bodem en het water zijn gezond. Het voorzieningenniveau is op peil. Stel je voor dat je kleinkind naar oma in Slagharen fietst. Over een veilig fietspad passeert ze een markeboer. Ze komt langs bijzondere natuur, en aan de rand van het dorp liggen schoolmoestuinen en staat op een voormalig erf een kinderdagverblijf. In het dorp treft ze oma voor het multifunctioneel centrum naast de kerk voor het oogstfeest.

Een gezonde regio komt voort uit fysieke ingrepen in het landschap en het vermogen van gemeenschappen om richting te geven aan hun toekomst. Eén succesvolle marke is niet voldoende. Ook omliggende marken moeten aan de slag. Wanneer in Drenthe-Overijssel alle vijftien marken op vergelijkbare wijze aan de slag gaan, ontstaat binnen enkele generaties een vitaal landschap waar landbouw en natuur in balans zijn, dorpen opnieuw verbonden met de omgeving en gemeenschappen veerkrachtig om toekomstige uitdagingen aan te gaan.

Andere finalisten

Finalist
FV03_OverErven_header
Foodvalley
Finalist
DO1_alles-wat-leeft-beweegt_header-zonder-tekst
Drenthe – Overijssel