OverErven

Team
H+N+S landschapsarchitectenJasper Hugtenburg (landschapsarchitect en fysisch geograaf)
Wing Partner in Ruimte en OntwikkelingFrank Stroeken (landschapsarchitect)
Witteveen+BosRosanne Proost (boerin, zorgverlener en landschapsarchitect)
H+N+S landschapsarchitectenFeline Verbrugge (landschapsarchitect en inwoner regio)
Wing Partner in Ruimte en OntwikkelingMerel Gerritsen (landschapsarchitect en inwoner regio)
Witteveen+BosTimon Verstoep (andschapsarchitect en inwoner regio)
Witteveen+BosStijn van de Ven (landschapsontwerper en inwoner regio)
Witteveen+BosMaiko Izendooren (adviseur duurzame financiering)

In het landelijk gebied is het snijvlak tussen erf en regio cruciaal voor de verwezenlijking van een gezonde samenleving. Op dit schaalniveau gaan mensen relaties aan, niet alleen met elkaar, maar ook met de omliggende natuur. Het is een behapbaar schaalniveau waarbinnen mensen zich op eigen kracht kunnen verplaatsen en zeggenschap hebben over hoe de leefomgeving eruit moet zien. Op de overgang van erf naar regio vormen mensen samen als het ware een ‘land-schap’, een aan een bepaalde gemeenschap toebehorend stuk land.

Toch staat dat schaalniveau – van erf naar regio – onder druk. Dat blijkt wel in Foodvalley waar de verbinding tussen mens en landschap abstract en afstandelijk is en bewoners nauwelijks betrokkenheid voelen bij de plek waar ze wonen. Dit komt deels door een verstedelijkingsgolf die de afgelopen vijftig jaar voor een verspreid en versnipperd bebouwingspatroon heeft gezorgd. De leefomgeving kwam steeds meer onder druk te staan en het versnipperde landschap beknelde de ontwikkeling van de landbouw. Het water- en bodemsysteem kan alleen met afgemeten ingrepen hersteld worden. Nieuwe woningen ontberen de benodigde recreatieve ruimtes. Kortom, het gebied zit op slot waardoor de benodigde schuifruimte voor gezonde en duurzame initiatieven ontbreekt.

Niettemin zijn er mechanismen en ontwikkelingen die uitkomst kunnen bieden. Zo zijn duurzame boeren op zoek (vaak tevergeefs) naar betaalbare grond en wachten zij op vergunningen om maatschappelijk te kunnen ondernemen. Boeren met een gezond bedrijf zitten niet te wachten op een volgende ruilverkaveling, maar staan doorgaans wel open voor vrijwillige kavelruil. Gemeenten op hun beurt denken na over hoe vrijkomende agrarische erven een tweede leven kunnen krijgen. Het waterschap wil omwille van systeemherstel meewerken aan het verlenen van vergunningen aan maatschappelijk verantwoorde ondernemingsplannen, terwijl de provincies Gelderland en Utrecht de door hen (via uitkoopregelingen) aangekochte landbouwgrond te koop aan bieden – het liefst aan een initiatiefnemer met maatschappelijk nut en voor een marktconforme prijs. Institutionele financiers zoals pensioenfondsen willen best investeren in het landelijk gebied, maar alleen op basis van duurzame businesscases en langjarige financiering.

Bovenstaande komt niet op gang als er niet met lege erven ‘geschoven’ kan worden. Dat kan alleen als grond- en perceeleigenaren de handen ineenslaan. Het is zaak dat het landschap weer betekenis krijgt als de verbindende schakel tussen individu en regio. We zijn het verleerd om onszelf op die tussenschaal – dus tussen erf en regio – te organiseren.

In Foodvalley kunnen collectieven van boeren, burgers en buitenlui die tussenschaal nieuw leven in blazen. Zulke coöperatieve gemeenschappen zijn meer dan de som der delen. Met de juiste ingrepen vergroten ze de kwaliteit van landschappen, terwijl ze op gebiedsniveau zorgen voor de verevening van grondwaardestijgingen en -dalingen. Maar bovenal kunnen ze gronden ruilen om de juiste ontwikkelingen op de juiste plaats te krijgen en met maatschappelijke businesscases kapitaal aan te trekken voor een duurzame exploitatie. Uiteindelijk gaat het om het geven van autonomie aan boeren, burgers en gemeenschappen, zodat zij zelf aan de slag kunnen met gebiedsplannen die via een landinrichtingsbesluit juridisch kunnen worden vastgelegd. Zo ontstaan vanuit het gebied handelingsperspectieven waarmee de regio vooruit kan.

Die autonomie – of het samenwerken op de schaal tussen erf en regio – krijgt gestalte in zogeheten ‘grondverbonden’. Dit zijn gebied specifieke landschapscoöperaties van boeren en burgers waarin wonen, werken, natuur en landbouw samenkomen. Net als op landgoederen zorgen deze grondverbonden voor beweging, natuurbeleving en voedselproductie en voor menselijke interactie op de erven zelf en in het tussenliggende landschap.

De afbakening van een grondverbond vloeit voort uit het samenspel van regionaal ontwerp en lokaal initiatief. Op basis van de ondergrond en cultuurhistorie wordt bepaald waar grondverbonden door de overheid ondersteund worden en welke gebiedsdoelen daar gelden (zogenoemde ‘koplopergebieden’). Coöperaties kunnen zelf ook een voorstel voor gebiedsafbakening doen waarbinnen veelal publieke gebiedsopgaven gecombineerd zijn met de individuele belangen en behoeften van burgers, ondernemers, boeren en eventuele financierders. Voorop staat dat een grondverbond maatschappelijke waarden nastreeft, op basis van een haalbare businesscase op gebieds- en bedrijfsniveau. Het grondverbond draagt zorg voor collectieve maatregelen, zoals natuurontwikkeling en de aanleg van recreatiepaden en geldt als ‘marktplaats’ voor benodigde individuele maatschappelijke baten, financiële verrekeningen en vrijwillige kavelruil.

Voor de oprichting van een grondverbond zijn de volgende stappen van toepassing.

1. Koplopergebieden
Overheden bepalen waar welke ontwikkelrichtingen gewenst zijn. Zo worden koplopergebieden aangewezen waar functiemenging, wonen op erven, landschapsherstel en duurzaam agrarisch grondgebruik de ruimte krijgen. De overheid formuleert heldere doelen, maar laat ruimte voor lokale invulling door grondverbonden – wel binnen afgesproken kaders en tijdsperioden.

2. Grondverbond
Boeren en andere grondeigenaren organiseren zich vrijwillig, met steun van de overheid, in een grondverbond. Ze brengen grondposities, beheeropgaven, ontwikkelwensen en investeringsmogelijkheden bijeen en verkennen de kansen voor landbouw, wonen en natuur. Het collectief betrekt vervolgens erfbewoners, ‘erfbouwers’, maatschappelijke organisaties, overheden en investeerders. Zo ontstaat een grondverbond dat brede maatschappelijke doelen nastreeft.

3. Gebiedsplan
Het grondverbond stelt een gebiedsplan op waarin ruimtelijke ingrepen, maatschappelijke prestaties, grondwaardeveranderingen, investeringen en beheer samenkomen. De kosten en baten zijn inzichtelijk gemaakt – van agrarisch natuurbeheer, groenblauwe dooradering, recreatieve routes, de omslag naar biologische landbouw en het op verantwoorde wijze voortzetten van de gangbare landbouw. Onderdeel van het gebiedsplan zijn bouwplannen voor gemiddeld 15 woningen per erf.

4. Fundament
Binnen het grondverbond worden collectieve waardestijgingen en -dalingen van gronden, ontwikkelrechten, en maatschappelijke baten en kosten naar rato gedeeld en vastgelegd in een ‘financieel en planologisch fundament’. Zo ondersteunen intensivering, extensivering, natuurontwikkeling, woningbouw en bedrijfsontwikkeling elkaar en ontstaat draagvlak voor verandering. Door de zo ontstane schuifruimte lost het grondverbond de financiële en maatschappelijke puzzel op – waardoor financiering door banken of pensioenfondsen mogelijk wordt en planologische verankering realiteit.

5. Bouwstenen
Het grondverbond is tevens de uitvoerder van collectieve maatregelen en projecten – op basis van landschappelijke inrichtingsprincipes en bouwstenen voor erven en percelen. De leden ruilen onderling percelen en blijvende boeren verbeteren hun bedrijfsvoering met collectieve maatregelen, zoals de aanschaf van een mestvergister, weidevogelbeheer en de aanplant van bloemranden en houtsingels.

6. Landschapsbeheer
Het grondverbond sluit met overheden langjarige overeenkomsten voor landschapsbeheer, agrarisch natuurbeheer en het beheer van recreatieve voorzieningen. Inkomsten uit woningbouw, recreatie en duurzame pacht dekken de kosten.

7. Toekomst
Het grondverbond actualiseert met enige regelmaat en op basis van nieuwe initiatieven, behaalde resultaten en veranderende maatschappelijke opgaven het gebiedsplan. Ook de organisatievorm kan doorgroeien. Zo ontstaat een ‘lerende organisatie’ die het landschap, de landbouw en de leefomgeving binnen afgesproken kaders blijft ontwikkelen.

Andere finalisten

Finalist
DO3_Machtig-Mooie-Regio_header
Drenthe – Overijssel
Finalist
DO1_alles-wat-leeft-beweegt_header-zonder-tekst
Drenthe – Overijssel