Home » Who’s Afraid of Red, Green & Blue?
De inrichting van onze leefomgeving – ook die van MooiMaasvallei – is efficiënter dan ooit. De landbouw is opgeschaald, infrastructuren zijn geoptimaliseerd en vrijwel alle systemen ingericht op bereik, controle en productiviteit. Tegelijkertijd is overal sprake van dezelfde paradox: we zijn onder meer door digitalisering meer verbonden dan ooit, maar voelen ons minder verbonden met elkaar en de plekken waar we leven. In de Maasvallei is die spanning tastbaar. Voorzieningen verdwijnen uit kleine kernen, dagelijkse verplaatsingen duren langer en spontane ontmoetingen zijn nauwelijks nog onderdeel van het dagelijks leven. Gelukkig is er een tegenbeweging: bewoners starten initiatieven, organiseren een burgerberaad en zoeken opnieuw verbinding met elkaar en de omgeving. De regio staat op het kantelpunt tussen vervreemding en ‘herverbinding’.
Die paradox houdt verband met de staat van het natuurlijk systeem. De bodemkwaliteit holt achteruit, water wordt te snel afgevoerd (met tekorten tot gevolg) en ecosystemen ontberen samenhang. Als het gaat om productiviteit ‘functioneert’ de regio prima, maar op een manier die ten koste gaan van gezondheid, biodiversiteit en leefkwaliteit. De opgave is dus niet om méér uit het systeem te halen, maar om het opnieuw in te richten – zodat het dagelijks leven in het teken komt te staan van gezondheid, gemeenschapszin en binding met het landschap.
Dit geldt ook voor de netwerken in de regio. We reizen moeiteloos over grote afstanden en tussen steden, maar ommetjes en wandel- en fietsroutes naar voorzieningen delven het onderspit. De Maasvallei is als regio bereikbaar, maar intern niet verbonden; dorpen onderling, met het landschap, in de dagelijkse routines. Daarmee ligt het kernprobleem op tafel: niet een gebrek aan systemen, maar een gebrek aan samenhang. Tussen mens en omgeving, tussen beweging en ontmoeting.
MooiMaasvallei wil een ‘bloeizone’ zijn, een regio waar gezondheid niet het sluitstuk van beleid is, maar de uitkomst van hoe de leefomgeving is opgebouwd. Anders gezegd: een gebied waar mensen zich verbonden voelen en actief deelnemen, waar bodem, water en landschap bijdragen aan welzijn en waar bewegen en ontmoeten vanzelfsprekende onderdelen zijn van het dagelijks leven. Voor gezondheid schep je vooraf de juiste condities. Niet verder optimaliseren, maar opnieuw verbinden. Niet slimmer organiseren, maar beter samenbrengen.
Om die omslag naar een ‘bloeizone’ ruimtelijk en bestuurlijk hanteerbaar te maken, zijn drie lagen gedefinieerd: ‘red’, ‘green’ en ‘blue’. Green is de basis: bodem, water en landschap zijn sturend voor nieuwe ontwikkelingen. Blue verbindt die groene basis met het dagelijks leven via waterlopen, routes en knooppunten. Red brengt het geheel tot leven: gemeenschappen, voorzieningen en plekken waar mensen zich thuis voelen en samenkomen.
Gezondheid ontstaat waar bodem en water ruimte maken, netwerken ontmoeting stimuleren en gemeenschappen zich binden aan de omgeving. Er is nog een vierde, minder zichtbare maar cruciale laag: de sociale binding tussen mensen. Dat bepaalt of een plek niet alleen functioneert, maar ook betekenis heeft. In een gezonde leefomgeving voelen mensen zich gezien, betrokken en in staat om invloed uit te oefenen op hoe die leefomgeving eruitziet.
De samenhang tussen al die lagen krijgt in MooiMaasvallei verschillende ruimtelijke verschijningsvormen. De Peelrand ontwikkelt zich van een harde grens tot een overgangslandschap waar natuur, extensieve landbouw, water en nieuwe woonvormen in elkaar grijpen. De agrarische zone verandert van een productielandschap naar een regeneratief systeem waarin de boer producent is van gezond voedsel en beheerder van bodem, water en natuur. De zones langs de Maas bieden plaats aan natuur, recreatie en klimaatadaptatie. De Maasduinen hebben een sleutelrol in ecologisch en hydrologisch herstel.
In dit gebied zijn scherpe ontwerpkeuzes noodzakelijk. Verdroging, verstoring van schijngrondwaterspiegels, eutrofiëring en de slechte waterkwaliteit in de beken zetten de instandhoudingsdoelen onder druk. Daarom is van alles nodig: sloten verondiepen of dempen, waterpeilen verhogen, beekbodems ophogen of hermeanderen, de aanleg van bufferzones rond kwetsbare vennen, ruimte maken voor open heide en natte gradiënten. De Maasduinen is bij uitstek een proefgebied voor hoe het streven naar een ‘bloeizone’ vanuit ecologisch oogpunt geloofwaardig blijft.
In Siebengewald bijvoorbeeld, aan de rand van de Maasduinen, ontstaat een natuurlijk landschap waar water wordt vastgehouden, natte teelten aansluiten op de hydrologische logica en routes, beekstructuren en een uitkijktoren het gebied beleefbaar maken. In Escharen is de meanderende beek straks de drager van nieuwe woonclusters in het groen, in Sint Anthonis krijgt een voormalige geitenboerderij een nieuwe inrichting met voorzieningen, ontmoetingsplekken, zorgfuncties en sportfaciliteiten. In Vierlingsbeek groeit het station uit tot dé entree van de regio.
Op die plekken is duidelijk wie met de opgaven aan de slag moeten. In Sint Anthonis ligt het initiatief bij de grondeigenaar, de dorpsraden en de gemeente, in Escharen bij een bewonerscollectief, de grondeigenaar en de landschapsbeheerder. In Vierlingsbeek is een voortrekkersrol weggelegd voor de gemeente, onderwijsinstellingen en mobiliteitspartners. En in Siebengewald ligt de bal bij het waterschap en de natuurbeheerder. Zo is ook de uitvoering gekoppeld aan de logica van de plek.
Er is bovendien een andere manier van samenwerken nodig. Niet denken in stakeholders, maar in ‘baathouders’, partijen die aantoonbaar baat hebben bij een gezonde leefomgeving. Bewoners profiteren van een hogere leefkwaliteit, ondernemers van reuring en levendigheid, het waterschap van robuuste watersystemen. Zorg- en welzijnspartijen willen dat de druk op het zorgsysteem afneemt, natuurbeheerders gaan voor sterke ecosystemen. Sommige baathouders kunnen shareholder zijn: niet alleen profiteren, maar ook meedoen, meebetalen of langjarig betrokken blijven.
Voor MooiMaasvallei is zo’n waarden gedreven aanpak logisch: werken vanuit maatschappelijke waarde, samenwerken in brede coalities van baathouders die waarden meenemen in hun manier van sturen en rekenen. Het vraagt om slimme combinaties van middelen, kennis en fasering. Qua middelen betreft het gebiedsprogramma’s rond water, bodem, leefbaarheid en gezondheid gecombineerd met coöperatieve ontwikkelvormen, publieke én private bijdragen. Kennis beslaat een breed palet: ervaringen van mensen uit het gebied, ecologische en hydrologische kennis, ontwerp- en uitvoeringskennis en kennis uit de zorg- en onderwijswereld.
Tot slot de fasering. Het is raadzaam om eerst een quickscan te doen van relevante waarden en mogelijke baathouders met daarna een kansenanalyse waarin data, leefwereld en belangen samenkomen. Vervolgens kan een gebiedscoalitie gevormd worden die bepaalt welke plekken als eerste aan de beurt zijn.