Op 23 september 2020 vond in Tilburg de finale van de Eo Wijers Prijsvraag 2019-2020 plaats. Een verslag van deze dag volgt.
Lees juryverslag van deze editie van de Prijsvraag hieronder. Of open als PDF: >> MOMENTUM VOOR EEN DOORBRAAK

Juryverslag Eo Wijers Prijsvraag 2019-2020

Na twee dagen jureren trekt de landelijke jury een kraakheldere conclusie. Voor een doorbraak in het denken over het platteland zijn volgens voorzitter Bart Krol, ruimtelijk ontwerper Marco Vermeulen en landschapsarchitect Jannemarie de Jonge in de eerste plaats twee onderwerpen van belang: de hervorming van ons watersysteem en het raadsel van de governance. Om nu echt stappen te maken in de omslag naar een duurzame en circulaire landbouw, op een manier die aldus de prijsvraagopgave, ‘zowel de voedselproductie als de verblijfskwaliteit van het landschap versterkt’, moeten die twee vraagstukken van accurate antwoorden worden voorzien. Alleen zo krijgen we het door de Eo Wijers Stichting gewenste en door de twaalf finalisten geschetste ‘verrukkelijke landschap’ voor elkaar.

Om met de governance-vraag te beginnen: afgaande op de plannen die de jury kreeg voorgeschoteld ligt de oplossing verborgen in de vorming van ‘commons’. in dit aloude principe slaan uiteenlopende partijen de handen ineen en dragen zij gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek goed. in deze editie van de Eo Wijers Prijsvraag laat dit publieke goed zich het beste omschrijven als een hernieuwde balans tussen landschap, natuur en economische activiteiten.

Die balans is niet zomaar gevonden. Om de complexiteit van die zoektocht het hoofd te bieden, wenden meerdere inzenders zich tot coöperatieve organisatievormen waarmee tegengestelde belangen overbrugd worden, financiële stromen op gang komen en doorzettingsmacht gegarandeerd is. Het ene team spreekt van een ‘waardencommissie’, andere inzenders noemen het een ‘schakelkast’, en weer een ander team grijpt terug op de middeleeuwse ‘marken’.

Stuk voor stuk zien ze in common-vorming de sleutel om grootse veranderingen, zoals een natuurinclusieve landbouw, een hervormde relatie tussen stad en land en de totstandkoming van een verrukkelijk landschap voor elkaar te krijgen. Ze bevinden zich in goed gezelschap: de beroemde Britse activist en schrijver George Monbiot stelt in zijn laatste boek ‘Out of the Wreckage’ dat we samen en op basis van een gemeenschappelijk verlangen, oplossingen moeten vinden voor de vraagstukken van deze tijd. Commons hebben de meeste kans van slagen als ze georganiseerd zijn rondom een concreet vraagstuk. in de plattelandsdiscussie is dat volgens de jury de herziening van het watersysteem – of het nu gaat om droogte op de hoge zandgronden, CO2-uitstoot en bodemdaling in de lage veengebieden, erosie op de Limburgse lösshellingen of de gestage verzilting van vruchtbare klei, het staat buiten kijf dat we op een andere manier met het water (en in het kielzog met de bodem) moeten omgaan. Zo dienen we bijvoorbeeld over te gaan op een regime waarin de opvang en het vasthouden van water centraal staat – en niet het zo snel mogelijk afvoeren, wat decennialang het leidende principe was. dit geldt niet alleen voor nederland, maar voor de gehele Noordwest-Europese delta. een omkering in het denken is nodig, of zoals de jury zegt: we moeten op zoek naar ‘eeuwige zoetwaterbronnen’.

De juryleden zijn dan ook verheugd dat meerdere inzenders inzien dat een toekomstbestendig watersysteem – in samenhang met een vitale bodem – aan de basis staat van de vernieuwing van het landelijk gebied. Zoals het veenweideplan Meer WAARD!, een pleidooi voor een watersysteem ‘dat meebeweegt met de seizoenen’ en dat ‘water vasthoudt als het kan en uitslaat als het moet’. Of Liquid Commons, waarin het water weer de drager wordt van het Zuid-Limburgse landschap – de samenbinder van plateau en dal, van landbouw en natuur. Het topstuk is evenwel de Twentse inzending De Eeuwige Bron. dit doorwrochte voorstel voor een nieuw waterwinningslandschap als voornaamste bouwsteen voor de omslag naar kringlooplandbouw is verkozen tot de nationale winnaar van de elfde Eo Wijers Prijsvraag.

De Eeuwige Bron beoogt een herziening van het bodem- en watersysteem op de Sallandse Heuvelrug, om zo voor lange tijd de beschikbaarheid van voldoende zoet water te garanderen. Door de nodeloze afstroming van water te stoppen, de sponswerking van de bodem te vergroten en kringlopen te sluiten, verwachten de makers dat op termijn vijf keer zo veel zoet water beschikbaar komt voor landbouw, natuur en de drinkwatervoorziening. Afstroming wordt onder meer gestopt door de aanleg van houtwadi’s op de hellingen, die de run-off opvangen.

De betekenis voor de landbouw is tweeledig: enerzijds dwingt het nieuwe waterwingebied boeren tot schonere vormen van voedselproductie, zonder emissies, en met akkerbouw en veeteelt die zijn afgestemd op de draagkracht van de bodem. Anderzijds zorgt het lonkend perspectief van ‘nooit meer watergebrek’ – naar analogie van het naoorlogse motto ‘nooit meer honger’ – voor bestaanszekerheid: als watertekorten straks geen probleem meer zijn, kunnen boeren op volle kracht vooruit. Daarmee hebben de makers van De Eeuwige Bron de boeren echt iets te bieden, namelijk de oplossing voor een acuut probleem waar ze elke dag mee te maken hebben, een nationaal probleem dat inmiddels zo groot is dat minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat 100 miljoen euro vrijmaakt voor de aanpak ervan.

De jury noemt het plan compleet en uitvoerbaar. dat laatste blijkt uit de vernuftige ideeën over hoe zo’n eeuwige bron gerealiseerd, ingericht en beheerd kan worden en waarbij, al gebruiken de inzenders de term niet, commonachtige organisatievormen voor de hand liggen. De coalitievorming bevindt zich in een vergevorderd stadium en de jury roemt de wijze waarop waterbedrijf Vitens boeren, natuurorganisaties en waterschap betrekt. Kleine kanttekening: het op techniek en ingenieurskunst gestoelde plan kan nog wel wat verbeeldingskracht en poëzie gebruiken.

De Eeuwige Bron is geen plan dat exclusief voor de Eo Wijers Prijsvraag is bedacht. Vitens, de landschapsarchitecten van H+N+S, de procesmanagers van Ruimtevolk en de rekenaars van Roosemalen en Savelkous zijn al ruim twee jaar bezig om het concept in het gebied te verankeren. Daarin schuilt ook de kracht. Inhoudelijk, procesmatig en financieel is het plan goed doordacht.

Het leidt in de jury tot discussie over het doel van de prijsvraag. Is het bedoeld om prille, maar veelbelovende ideeën – plannen waarin je, aldus een jurylid, de kiem van vernieuwing proeft – een duw in de rug te geven? Of is het denkbaar dat de prijsvraag lopende projecten beloont. Anders gesteld: mag je door met een lampje dat al brandt? Het antwoord op deze laatste vraag is een volmondig ja – mits het geen ‘ouderwetse gloeilamp’ is – en de jury zet dan ook graag de wind in de reeds door de inzenders gehesen zeilen. De Eeuwige Bron is gewoonweg het beste plan en daarmee de terechte winnaar van een vakbrede ontwerpprijsvraag die uiteindelijk draait om de meest intelligente oplossing. De juryleden hopen dat met dit besluit het wensbeeld van ‘eeuwige bronnen’ naar een hoger plan getild wordt, de broodnodige cultuuromslag in het ‘deltadenken’ een stap dichterbij komt, en we zo snel mogelijk overstappen naar opvangen, vasthouden en terugpompen.

Achter de keuze voor een voldragen plan zit ook een strategische overweging. Deze editie van de Eo Wijers Prijsvraag gaat over een onderwerp dat de gemoederen in de samenleving flink bezighoudt. Boeren ondernemen overal in het land protestacties, architect Rem Koolhaas verkondigt op televisie dat een integrale blik op de countryside ontbreekt. En in juni verscheen het stikstofrapport van de commissie Remkes waarin onomwonden geschreven staat dat het nu echt anders moet. Tel daar de klimaat- en biodiversiteitscrisis – en misschien ook wel een economische en sociale crisis – bij op en het is duidelijk dat het huidige systeem – gericht op economische groei en financiële rendementen – niet langer houdbaar is.

Maar verandering blijkt lastig. Want hoe maken we de stap naar een circulaire en natuurinclusieve landbouw, waarbij alternatieve verdien- en bedrijfsmodellen gegarandeerd zijn, oplossingen voor klimaat, energie en verstedelijking geboden worden en de identiteit van het landschap gewaarborgd blijft? Het gedachtegoed van De Eeuwige Bron biedt mogelijk uitkomst. Het is een plan waar ze niet alleen in Twente mee aan de slag kunnen, maar dat ook beleidsmakers en politici in Den Haag en andere regio’s handvatten biedt om stappen te zetten en de rem op systeemveranderingen weg te nemen. en dat is precies wat het bestuur van de Eo Wijers Stichting zichzelf met deze editie tot doel stelde: het momentum aangrijpen om in de vastgelopen zoektocht naar het verrukkelijke landschap een doorbraak te forceren.

Tekst: Mark Hendriks