Tweestromenland – zelfrijzende deltastad

Team
Deltastad / TU-DelftHan Meijer
H+N+S LandschapsarchitectenJasper Hugtenburg, Léa Soret
Palmbout Urban LandscapesMarcel van der Meijs, Ruben Hoek, Sarah Huijbregts
Erasmus UniversiteitBart Kuipers
ARK Rewilding NederlandEsther Blom
WWFAlphons van Winden

Deze inzending is winnaar van de regio Rijn-Maasmonding! Lees hier het nieuwsbericht

Deltagebieden komen van nature tot stand door sedimentatie en veenvorming – processen die ervoor zorgen dat delta’s boven de zeespiegel uit stijgen. Deze natuurlijke bescherming tegen hoog water is door de mens aangevuld met dijken, dammen en keringen, infrastructurele werken die onbedoeld het ‘zelfbouwend vermogen’ van de delta blokkeren. Door ‘sedimenthonger’, bodemdaling en erosie zijn met name verstedelijkte deltagebieden – zoals de Rijn-Maasdelta – kwetsbaar voor zeespiegelstijging. De inzending Tweestromenland is een pleidooi om het beschikbare sediment weer in te zetten – om zo te komen tot een veilig, leefbaar en authentiek deltalandschap.

Doorsnede Waalhaven

Nieuwe Waterweg

De sleutel hiervoor ligt bij de ingreep van 150 jaar geleden: de Nieuwe Waterweg. Door deze te ontlasten van grote zeeschepen, ontstaat een natuurlijke en sediment-invangende riviermonding. Door het parallel gelegen Calandkanaal via een oude rivierloop te verbinden met de Botlek, blijven de havens van Rotterdam, Dordrecht en Moerdijk bereikbaar. Een natuurlijk profiel van de Nieuwe Waterweg zorgt dat stormvloeden en zout water minder ver de rivier op dringen, waardoor de effecten van zeespiegelstijging makkelijker zijn op te vangen, en minder rivierwater nodig is om de Waterweg door te spoelen. Bovendien wordt de afvoer- en sedimentverdeling tussen de Nieuwe Waterweg en het Haringvliet hersteld, zodat ook langs die laatste polders worden opgehoogd en de deltanatuur hersteld. Die deltanatuur is de basis voor een aantrekkelijke en authentieke woon-, werk- en leefomgeving.

Ecologische voetafdruk

Onder invloed van de energietransitie, de omslag naar een circulaire economie en de toenemende vraag naar lokale productie kan de haven zich richten op duurzame activiteiten, in plaats van op de doorvoer van bulk. Een heldere en efficiënte functieverdeling in het grondgebruik leidt tot een kleinere ecologische voetafdruk van de havenactiviteiten. De ruimtewinst die hier mee gepaard gaat, brengt een ‘groendooraderde’ en doorwaadbare haven dichterbij. De natuur is als een voeg tussen industrie en wonen – soms verweven op buurtniveau (in de stadshavens), soms op gepaste afstand met de natuur als buffer (in de Botlek).

Tweestromenland is een nieuw hoofdstuk in het verhaal van Rotterdam, dat in de afgelopen anderhalve eeuw gekleurd werd door de trots op de industriële werkstad van opgestroopte mouwen en rokende schoorstenen.

Hoe dat er uit kan zien? Lees hieronder het beeldende ‘Een haalbaar paradijs’ dat schrijver Arjen van Veelen op basis van Tweestromenland schreef.

Een haalbaar paradijs

door Arjen van Veelen

Aan het Brielse Meer, iets ten zuiden van de BP-raffinaderij en de razende A15, ligt een schitterend natuurgebiedje. Het snippertje groen telt slechts 11 hectare. Het is niet toegankelijk voor bezoekers, maar wie het in de vroege zomer zou betreden, wandelt er door een bloemenzee van zeldzame orchideeën. De Kleine Beer heet het. Het is een restant van natuurreservaat De Beer, één van de rijkste natuurreservaten die ons land ooit kende, vol moerasvalleien en stuifduinen. ‘Een landschap van onvergetelijke bekoring,’ aldus Jac. P. Thijsse begin jaren dertig.

Dat landschap was een onbedoeld geschenk van de haven. Eind negentiende eeuw werd de Nieuwe Waterweg gegraven, een watersnelweg door de duinen naar zee. Ten zuiden daarvan raakte toen een zandplaat van de bewoonde wereld afgesneden. Door de werking van wind en getij groeide die plaat in een mum van tijd uit tot een bijna paradijselijk schiereiland.

Diezelfde haven die het paradijs had voortgebracht, slokte het in de jaren vijftig en zestig echter weer op. Er kwamen raffinaderijen en ertshavens, de natuur werd grotendeels verbrand en gebulldozerd. Een tragische geschiedenis – en een hoopgevend verhaal.

Want ga maar na. De geschiedenis van De Beer bewijst dat er razendsnel (nu ja, in een halve eeuw), iets prachtigs kan ontstaan als de wind en het getij aan je zij staan. Daar getuigt die resterende snipper nog van: het is een levend monument voor de zelfbouwende kracht van de natuur.

Aan dat paradijsje, aan die energie, moet ik denken bij het lezen van de ideeën uit Tweestromenland. In de kern behelst dit voorstel, net als destijds met de Waterweg, opnieuw een doorsteek. Een ingreep in de afvloeiing van de Rijn, die opnieuw ruimte vrijspeelt. Ditmaal niet alleen voor het scheepsverkeer – de Botlek blijft bereikbaar –, maar ook voor de levende rivier zelf én ruimte om te wonen.

En niet in het minst: dit plan schept ademruimte, denkruimte. Vrijwel nergens in Nederland oogt de kaart zo verstikkend als in die extreem drukbevolkte en extreem industriële Rijnmond. Zoveel transportaders, zoveel grijs gearceerd havengebied – zoveel natuur in verdrukking, zoveel mensen die nog een huis zoeken. De toekomst lijkt hier op slot. Of bevindt de grootste hindernis zich in ons hoofd?

Stel je een vogelvlucht voor vanaf het centrum van Rotterdam naar de zee. Eerst boven die prachtig blinkende torenstad, dan over die zilvergrijze corridor van vijftig kilometer industrie. De motor van de economie, zegt men. Je hoeft geen klimaatrebel te zijn om de haarscheurtjes te zien. Zestig procent van het havenoppervlak bestaat uit fossiele industrie. Van de vijf raffinaderijen is er al één in de mottenballen, een tweede wacht hetzelfde lot. Er tekent zich een Rotterdamse rustbelt af.

De wetenschap stelt intussen indringende vragen bij de werkelijke economische baten van het mainportmodel. Om de waterweg open te houden, zwoegen er continu baggerschepen op hun Sisyphus-arbeid van zand naar zee brengen. Land dat we juist harder nodig hebben dan ooit, in tijden van zeespiegeldreiging. De zoute zeetong reikt door al dat uitdiepen intussen al bijna tot de grachten van Gouda.

Zo bezien krijgt dit bedrijvige rivierlandschap iets roestigs en zelfdestructiefs. Iets nadrukkelijk on-Rotterdams ook, want dit was altijd de stad van durf en ver voorruit zien. De stad die kades bouwde voordat er schepen waren. En nu? Verandert de stad straks in een angstig fort achter sluismuren?

Een goed toekomstplan kan nooit alleen op angst gebaseerd zijn. Gelukkig hoeft dat ook niet. De ontwikkeling van zowel zonnepanelen als windmolens gaat momenteel sneller dan zelfs de meest blinde techno-optimist durfde te dromen. De grijze corridor zal sneller dan verwacht obsoleet zijn. En dan tekent zich daar een groenblauwe droom af. Nee, geen droom – een concreet plan, een realistisch paradijs.

Zand en slib, door de natuur zelf aangeleverd, zullen een hoofdrol spelen om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. Dankzij de voorgestelde doorsteek kunnen de hooggelegen havengebieden anders benut. Tweestromenland speelt ruimte vrij voor de natuur, die kan herademen op het ritme van het getij. Voor transities ook, een gezonde haven, voor kleinschaliger industrie met een hogere toegevoegde waarde voor de regio, innig vervlochten met de levens van de oeverbewoners.

Dit plan vecht niet tegen de elementen. Het beweegt mee. Met de rivier, maar ook met het technologische en maatschappelijke getij: de roep om welzijn, huizen, menselijke maat. Het laat de Rijndelta herademen en kan de breuk tussen stad en haven helen. Maar ook: de breuk tussen Rotterdam en de periferie.

Want terwijl de stad Rotterdam opbloeide, een waterspeeltuin werd, bleven omliggende gemeenten als Schiedam, Vlaardingen en Spijkenisse achterop. Decennialang leefde men hier letterlijk in de rook en zwavel van de haven. En tegenwoordig krijgt men er vaak de toekomst voorgeschoteld als een kwestie van dingen-die-niet-meer-mogen. Wie iedereen aan boord wil hebben, moet ook de vruchten kunnen tonen.

Welnu. Stel je woningen voor aan het water, in het groen, veilig, hooggelegen. Stel je banen in de buurt voor die betekenis geven. Stel je een stad en een periferie voor die zich weer door hetzelfde water verbonden weten, door de adem van hetzelfde getij.

Stel je het water voor als bondgenoot in plaats van vijand. Denk aan een vriendelijke rivier. Denk aan een open havenstad die niet star van geest is als een stenen kade maar dynamisch als een estuarium. Stel je een toekomst voor die niet op slot zit.

Stel je kinderen voor die spelen bij een beekje en wat keien verschuiven zodat de stroom verspringt.

Zo simpel? Nee, natuurlijk niet. Dit plan vraagt durf. Maar als iets Rotterdams is, dan dat. En zeker: een lange adem. Maar laat het die rustige, diepe ademhaling zijn van het getij. Het verhaal van de Beer bewijst dat een klein duwtje dan genoeg kan zijn. Wat let ons om zo’n aanzet te geven? Sterker, dat zijn we aan wie na ons komt verplicht.

***

Andere finalisten

Finalist
dynamische-dijken
Midden Zeeland
Finalist
230612 Oesterdam toekomst
Midden Zeeland
Finalist
1_hoopvol toekomstperpectief
Rijn-Maasmonding