In de omslag naar een duurzame en natuurinclusieve landbouw moet het watersysteem in het Limburgse heuvelland op orde worden gebracht. Daarvoor is samenwerking onontbeerlijk. De bedenkers van Liquid Commons – het plan dat vorig jaar zomer de Limburgse editie van de Eo Wijersprijs won – zetten dan ook vol in op kruisbestuivingen tussen boeren, overheden en natuurorganisaties. De ruimtelijke en architectonische vertaling wordt evenwel niet vergeten. ‘Alleen dan laat je zien dat technische ingrepen tot een mooi en aangenaam landschap leiden.’

Bij aanvang van het interview blikt David Rademacher van het Amsterdamse architectenbureau Rademacher De Vries – en een van de bedenkers van het winnende plan Liquid Commons – terug op de hevige overstromingen die in juli Limburg troffen. ‘Ons plangebied in het Noordal is niet zo hard getroffen. Er is weinig bebouwing, best wat ruimte, en het ligt bovenstrooms, waardoor hevige regenval direct afgevoerd wordt naar België, iets dat vrijwel nergens in Nederland voorkomt.’

Toch laten dergelijke extreme overstromingen, waarbij in onze buurlanden zelfs dodelijke slachtoffers vielen, op onverholen wijze zien dat er in het beekdallandschap werk aan de winkel is. De buffergebieden op de hellingen voldoen niet meer en het infiltratievermogen van de bodem laat zeer te wensen over. Rademacher: ‘Als kinderen van de streek (Rademacher en zijn compagnon Christopher de Vries groeiden op in de streek, red.) wisten we dat fikse hoosbuien hier tot overstromingen kunnen leiden, al had niemand een ramp van deze omvang zien aankomen. Maar ook bij een extreme hittegolf waren we opgeveerd. Want ons plan Liquid Commons gaat ook daar over – hoe krijgen we het watersysteem in al zijn facetten weer op orde, zodat het als leidraad kan dienen om met name de transitie in de landbouw voor elkaar te krijgen?’

Negen gemeenten

Een belangrijke boodschap in het voorstel (dat Rademacher De Vries samen met Natuurmonumenten maakte) luidt als volgt. Om het watersysteem klaar te stomen voor de toekomst moeten alle betrokkenen in actie komen. Dus niet alleen het waterschap, maar ook boeren, gemeenten, natuurorganisaties en terreinbeheerders. Rademacher legt uit: ‘Op verschillende schaalniveaus zijn ingrepen nodig. Langs landbouwpercelen moeten bijvoorbeeld bufferzones komen, en overal moet de bodemkwaliteit omhoog en nutriëntenuitspoeling tegengegaan. Gemeenten en waterschap staan voor de taak om het rioleringssysteem te herzien, zodat leidingen niet langer uitmonden in de beken. Daarom dus ook het begrip “commons” – samenwerking is de crux van ons plan.’

Dit samenbrengen van partijen acht ook de gemeente Eijsden-Margraten – een van de initiatiefnemers voor deelname aan de Eo Wijersprijsvraag – van groot belang. In een online gesprek vertelt projectmanager Julie Starren-Stevens dat samenwerking in het zogenoemde ‘middengebied’ – het heuvellandschap tussen Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen – al langer aan de orde is. ‘De opgaven in het landelijk gebied, en zeker de omslag naar duurzame vormen van landbouw, kunnen we niet alleen oplossen. Negen gemeenten hebben de handen ineengeslagen om een actieplan te maken: hoe combineren we de reorganisatie van de landbouw met het verlangen naar mooi en beleefbaar landschap?’

Breder kijken

Het besluit om in 2020 deel te nemen aan de elfde Eo Wijersprijs kwam voort uit de behoefte aan een frisse blik. Starren-Stevens: ‘De problematiek hebben we inmiddels wel in de vingers, maar voor mogelijke oplossingen hadden we creatieve geesten nodig die out of the box denken, heilige huisjes niet sparen. Die ontwerpenergie heeft ons veel opgeleverd.’ Over winnaar Liquid Commons zegt ze: ‘Dit plan toont een totaalbeeld. Het is fascinerend dat door een andere landschapsinrichting veel problemen kunnen worden opgelost. Dat door water bovenaan vast te houden nieuwe perspectieven ontstaan op de gebruiksmogelijkheden op de plateaus, de hellingen en in de dalen.’ Daarbij vindt ze het idee van Liquid Commons opschaalbaar, waardoor het wellicht ook toepasbaar is in bijvoorbeeld het verderop gelegen Geuldal. ‘Maar de vraag blijft: hoe ga je dit regelen, hoe breng je al die spelers die je nodig hebt bij elkaar.’

Om die vraag te beantwoorden is Natuurmonumenten sinds enkele maanden aan de slag met een plan van aanpak. Volgens Rademacher is het uiteindelijk de bedoeling om tot een uitvoeringsagenda te komen. ‘Wat gaan we doen, wie neemt welk project voor zijn rekening en hoe gaan we dat betalen? In het Noordal zijn velen al aan de slag – niet voor niets kozen we dit dal als studiegebied. Het is zaak om mensen van hun eilandjes te halen, ze breder te laten kijken en ze te verleiden tot samenwerking.’

Boerenstand

De hamvraag in dit soort trajecten is wat de boeren zelf willen. Rademacher stelt dat vooral kleinschalige agrariërs met wortels in de streek de noodzaak zien van samenwerking met natuurorganisaties die last ondervinden van erosie, vervuiling en modderstromen. De grote akkerbouwbedrijven op de hellingen en plateaus daarentegen, soms gerund door internationale investeerders, zien de urgentie, maar missen betrokkenheid. ‘Maar je hebt hen wel nodig’, aldus Rademachter. ‘De pijn wordt immers veroorzaakt omdat vervuilende stoffen vanaf de plateaus via ondergrondse stromen als kwel in de beekdalen omhoog komen.’ Niet voor niets zijn de samenwerkende gemeenten een inventarisatie gestart. Door keukentafelgesprekken moet een adequaat beeld ontstaan van de boerenstand. Welke boeren stoppen? Wie wil door en onder welke voorwaarden? ‘Maar vooral: welke plannen en wensen hebben zij’, legt Julie Starren-Stevens uit. ‘Die kennis is relevant voor het plan van aanpak dat in de maak is.’

Ondertussen wordt het gedachtegoed van Liquid Commons op kleine schaal al in de praktijk gebracht. Een wijnboer die zijn gronden op duurzame wijze wil inrichten, hoorde van het plan en nam contact op met de Rademacher. Aangezien zijn percelen grenzen aan de bufferzones van het waterschap, hoopt de architect dat een prille samenwerking in de maak is.

Verbeeldingskracht

De focus, zo besluit Rademacher, ligt nu nog op het definiëren van de opgaven en het herstel van het watersysteem. Maar, zo waarschuwt hij, het is zaak dat we straks de stap maken van het regionale schaalniveau naar ontwerpen op plekniveau. ‘Zodat we noodzakelijke ingrepen niet alleen technisch aanvliegen, maar ook verbeeldingskracht meegeven.’ Hij toont de plaatjes uit de winnende inzending. ‘Dat je straks zo’n paviljoen boven de waterbassins, de wandelpromenades, maar ook het speciaal ontworpen drinkflesje kunt gebruiken als de gezichten van de liquid commons. Om te laten zien dat onze voorstellen tot een verrukkelijk landschap leiden.’ Dan: ‘Gelukkig wil Natuurmonumenten dit ook, zij willen wapenfeiten maken.’

Auteur: Mark Hendriks

Bekijk het plan Liquid Commons > https://online.flippingbook.com/view/121419/